The colorful, future-proof city.

Het is een jaar of drie geleden dat ik iets anders hoorde over Rio de Janeiro dan alleen de wereldberoemde carnaval of de Copacabana en ik niet gelijk dacht aan het ‘oorwurm‘-liedje uit de reclame van een niet nader te noemen verzekeringsmaatschappij. Nee, ik bekeek – school- en interessegerelateerd – een TEDtalk van Eduardo Paes, de burgemeester van Rio de Janeiro. In zijn voordracht vertelde hij over de stad van de toekomst, met vier basisregels als uitgangspunt. Nu kwam er niet gelijk een gevoel naar boven dat zegt dat Rio de stad van de toekomst is, maar zijn TEDtalk heeft mijn interesse in Rio de Janeiro gewekt.

De vier basisregels van Paes, 1) milieuvriendelijkheid/groendenken, 2) hoge capaciteitsvervoer, 3) gebruik van technologie en 4) sociale integratie, zullen ertoe moeten leiden dat de stad toekomstbestendig is. Met enkele praktijkvoorbeelden legt Paes uit hoe Rio de Janeiro aan de weg timmert door in te spelen op deze vier basisregels. Ruimte maken voor groenvoorzieningen (zie afbeelding), aanleg van busbanen door de hele stad, het realtime in kaart kunnen brengen van verkeersstromen en velerlei andere voorbeelden die toekomen aan het gestelde doel: een volledig geürbaniseerde stad in 2020. Door het binnenhalen van de Olympische Spelen 2016 van Rio en – in mindere mate – het Wereldkampioenschap Voetbal 2014 van Brazilië is de druk om die doelstelling te halen enigszins opgevoerd.

rio stadspark(bron afbeelding: TEDtalk Eduardo Paes, 2012)

Op het gebied van sociale integratie, één van de basisregels van Paes, hebben twee Nederlandse vrienden het initiatief genomen om van de grauwe favela’s een kleurrijk geheel te maken. Jeroen Koolhaas en Dre Urhahn, beiden afkomstig uit de kunstwereld, hebben op het wetenschappelijk georiënteerde podium van TED onder het pseudoniem Haas&Hahn hun verhaal mogen doen over hun project Favela Painting. Door de sloppenwijkbewoners te betrekken bij het kunstproject is het mogelijk om complete wijken van een stuclaag en kleurrijke lik verf te voorzien. Het project is afhankelijk van donaties om de benodigdheden te kunnen bekostigen en de – veelal lokale – werknemers te kunnen inhuren.

76105-d0153137172b4cfdbcbd60f52c07efa0(bron afbeelding: Favela Painting, 2014)
kite(bron afbeelding: Favela Painting, 2014)

Door de mensen samen te brengen door bijvoorbeeld barbecues te organiseren en hen in een vroegtijdig stadium bij het project te betrekken krijgen de kunstenaars veel voor elkaar. In tien jaar heeft het zich als een virus door Rio de Janeiro verspreid en ook andere steden (waaronder Philadelphia) zijn door het concept aangestoken.

De vrolijke aanblik van het rijke kleurenpalet werkt enthousiasmerend en ook de benadering van de initiatiefnemers valt te bewonderen. Of de doelstelling van een volledig geürbaniseerd Rio in 2020 gehaald wordt valt nog te bezien, maar ze kunnen een eind komen met de vier basisregels van de burgervader in ogenschouw nemend. Initiatieven zoals de Favela Painting Project helpen daar in ieder geval enigszins bij.

Drietje

Zware kilometers
De tweede honderd kilometer, verdeeld over de laatste twee dagen van de Nijmeegse Vierdaagse, leidde door onder andere Groesbeek (donderdag) en Cuijk (vrijdag), afgesloten met de laatste meters over de ‘Via Gladiola’. Het feestgedruis (de kippenvelmomenten van de Vierdaagse) zorgde ervoor dat ik het gevoel kreeg op handen te worden gedragen en het heeft me er op sommige momenten zeker doorheen geholpen. Niet eens de grote hoeveelheid blaren, maar de (knie)klachten naar aanleiding van overbelasting, de vermoeidheid en het warme weer zorgden ervoor dat ik de laatste twee dagen wat later ben gefinisht dan de dagen ervoor. Ik heb enkele zware kilometers ervaren. Vooral vlak na het nemen van een pauze, ongeacht de duur van de pauze, duurde het even voordat het ritme er weer was. Zelfs een halve minuut stilstaan zorgde voor hevige pijn in de rechterknie. Smeren, warm wrijven en doorlopen op karakter. ‘Er zijn altijd mensen die het zwaarder hebben dan jij’ was de gedachte. En gelukkig liep je vervolgens het feestgedruis weer in of had je een spontaan gesprek met een journaliste, uitvaartverzorger of eigenaar van een hondentrimsalon en ben je zo weer een aantal kilometers verder.

Versoberde intocht
Vanwege de vliegramp heeft de organisatie van de Vierdaagse besloten een versoberde intocht te houden. Muziek op stil, vlaggen halfstok, geen fanfare en afsluitende danspasjes op de Wedren uit respect voor hen die zijn omgekomen. Natuurlijk is het jammer dat een fantastische week zo wordt afgesloten, maar vanuit het wandelend publiek was er waardering voor die beslissing.

Uniek
Wie had dat gedacht: minder dan 100 kilometer geoefend, na twee dagen al elf blaren, in drie nachten minder geslapen dan ik op één dag loop, maar wel ruim twaalfduizend calorieën verbrand, tweehonderd kilometer afgelegd en daarmee de Nijmeegse Vierdaagse uitgelopen. Het maakt me toch enigszins trots. Trots op het ‘drietje’ dat ik op het Vierdaagsekruis met kroontje mag spelden. Na eerder tweemaal de ’40’ uitgelopen te hebben was dit de eerste keer de ’50’. Het is een fantastische week geweest. Vooral het respect, de steun en enthousiasme van jullie, de vele toeschouwers langs de kant van de weg  en de duizenden medewandelaars is iets unieks en heeft geholpen de eindstreep te behalen. Bedankt aan iedereen die daaraan heeft bijgedragen. Tijd om van een welverdiende rust te genieten.

Roze Woensdag

De tweede dag van de Nijmeegse Vierdaagse, de dag van Wijchen, is psychologisch misschien wel de zwaarste van de vier wandeldagen. De eerste dag is alles weer nieuw en begint het genieten, de derde dag leidt de route de wandelaars over de, in mijn ogen overschatte, Zevenheuvelen en op de vierde dag ‘ben je er al bijna’. Voor de tweede dag rest niets dan afzien. Het leren leven met de eerste blaren, spierpijn en het vroege tijdstip van opstaan. Naast het psychologische aspect is dit, met alle respect voor alle publiek in onder andere Wijchen en Beuningen, misschien wel de meest saaie dag en bevat de route heel veel smalle wegen, bospaden en een lange dijk, waardoor het wandeltempo moet worden aangepast. Het niet kunnen lopen van het eigen tempo is funest, het werkt als katalysator voor de pijntjes heb ik vandaag ervaren. Het waren soms zware kilometers.

Na gister op de eerste dag meteen de eerste zes blaren te hebben geteld, zijn het er nu, zonder dat ik daarvan veel hinder ondervond, elf. Veel meer zullen het er niet worden, want meer ruimte is er niet op de voeten en tenen. Naast de gelopen blaren is ook spierpijn in de knieën een kwaal waar veel wandelaars last van hebben. Een likje warmtezalf, hier en daar een pijnstiller en vooral een flinke dosis positiviteit helpen je er wel doorheen.

Ondanks eerdere ervaringen die ik met de Nijmeegse Vierdaagse had (7, 8, en 9 jaar geleden, red.) wist ik niet meer van het bestaan van Roze Woensdag. Ik had mij derhalve niet geheel aan de dresscode gehouden. Een groot deel van de wandelaars had dit wel opgepikt en hier iets leuks mee gedaan. Naast het dragen van roze kledij kwam de Roze Woensdag pas echt tot uiting toen de laatste kilometers waren aangebroken. Het publiek in Nijmegen maakte er een onwijs (roze) feest van. Als ik de laatste kilometers nogmaals had mogen lopen had ik het zeker gedaan, ondanks de pijntjes.

PR

Het was zover. Na een maandenlange voorbereiding (met veel te weinig kilometers in de benen) ging vanmorgen, of eigenlijk vannacht, de Nijmeegse Vierdaagse van start. Met een eveneens verre van optimale nachtrust achter de rug, ruw verstoord door het vuurwerk vanaf de Waalkade waarmee de Vierdaagse werd ingeluid, fietste ik vol goede moed naar de Wedren, de vaste start-/finishlocatie. Om 04:14 uur werd de polsband voor het eerst gescand, wat betekende dat de eerste wandeldag kon aanvangen. Traditiegetrouw gaat dit onder het toeziend oog van de honderden studenten/feestgangers die hun stapavond afsluiten met het uitzwaaien van de wandelaars. Voor wat er nog van zwaaien terechtkomt. De meest vreemde, maar lachwekkende situaties doen zich daar voor. Zo werd onder andere midden op de rotonde gebarbecued en konden de lopers door verschillende ‘poortjes’ lopen onder luid gejuich van de ietwat overmatig beschonken feestvierders. 

Naarmate de dag vordert zie je dat in elk dorp dat wordt gepasseerd de wandelaars enthousiast worden verwelkomt. Het is alsof alle dorpsbewoners hun werkzaamheden hebben neergelegd en zijn afgekomen op het grootste wandelevenement van Nederland; wát een feest! De ene stereo staat nog harder dan de ander, de plaatselijke muziekkorpsen zijn massaal opgetrommeld en ook de ouderen uit verplegingshuizen zijn netjes op een rijtje opgesteld. Het meest schattig vind ik overigens de kinderen langs de kant van de weg: vragend om een high-five, met open mond kijkend naar langskomende politie of militaire groepen of met een bakje met stukjes fruit, snoepwerk of ontbijtkoek voor de wandelaars. Als parodie daarop kreeg ik vandaag iets bijzonders aangeboden. In plaats van een zuurtje, komkommer of dropje werd mij door een meneer een shotje Bacardi aangereikt. Beleefd als ik ben hebben we daarop geproost. Het was immers al 10:00 uur en de wandeling had mij al tot Elst gebracht.

Primeur van dit jaar, voor mij tenminste, was het bezoek aan Huissen. Ik heb me laten vertellen dat het er niet gewaardeerd wordt als dat verkeerd wordt uitgesproken. Hûsen dus. Verder weinig de moeite waard, maar er moest nou eenmaal een lus van 10 kilometer extra worden gemaakt ten opzichte van de 40 kilometerroute. In Elst, Valburg en Oosterhout was het feest er niet minder om. Na de oversteek naar Lent over de beruchte dijk (denk terug aan de afgelaste 90e editie in 2006) stapte ik om even voor 14:00 uur de Wedren weer op. Mijn PR was bereikt. Nog nooit eerder heb ik de 50 kilometer wandelend afgelegd. Ik kwam tot 52,64 kilometer vandaag; mijn week kan niet meer stuk.

Blarenpleister

Hoewel de Nijmeegse Vierdaagse, zoals de naam al doet vermoeden, vier dagen duurt en pas op dinsdag begint maak ik er een wandelkampeervakantie van acht dagen van. Enigszins gedwongen door het werkrooster van de ouders en de reglementen van de slaapplaats toog ik op zaterdagavond richting de Vierdaagsecamping in Lent. Na eerdere ervaringen met de Vierdaagsecamping, 7, 8 en 9 jaar geleden, was het even wennen om op de nieuwe locatie, op een steenworp afstand van de oude, te arriveren. Groter, opener, maar ook zeker professioneler.

Mijn kleine Quechua-tentje trots tussen de grote caravans in gezet op plaatsnummer 284, waarop meer ruimte is dan we met de hele wandelgroep nodig hadden tijdens de strand6daagse. Na een vluchtige inrichting van de tent en het opblazen van het luchtbed was het tijd om met de taxichauffeuse van dienst wat te drinken op het horecaplein van de camping, alvorens zij weer zou vertrekken in noordwestelijke richting. Het bleek een goede kennismaking. Op het horecaplein kan ik de komende week genieten van smakelijke maaltijden en mensen ontmoeten. Eenmaal terug bij de tent bleek dat de eerste tegenslag van de week zich al had aangediend. Zoals bij nagenoeg èlke keer dat ik gebruik dreig te maken van een luchtbed, of het nu de Strand6daagse, de introweek of de Vierdaagse is, verliest het zijn lucht haast sneller dan dat het erin wordt gepompt. Uitzonderingen daargelaten.

Er is een keer geweest dat ik een luchtbed, dat het toch echt al even met me volhield, had uitgeleend. Voor diegene een prima slaapplek gebleken. Toen ik er de volgende keer gebruik van wenste te maken had ik het ventiel niet meer. Geen lucht erin = geen lucht eruit, maar op dat moment dus ook geen gebruik van kunnen maken.

Het huidige probleem had ik al snel gevonden. De plakker die ik vorig jaar op een gaatje had geplakt (dat heeft vorig jaar toch echt goed geholpen) bleek de druk niet aan te kunnen en tweezijdig lucht door te laten. Aandrukken en warm wrijven was slechts een oplossing van tijdelijke aard en niet afdoende om het op dit luchtbed een nacht vol te houden. Helaas geen nieuwe plakkers bij de hand om het probleem af te wenden. Zou een pleister helpen? Of wacht, een blarenpleister! Al snel was de eerste blarenpleister, bedoeld voor de nauwelijks getrainde voeten die het deze week zwaar te voorduren krijgen, geplakt: een tweede huidje voor het luchtbed.

Gezocht: Herbestemming (m/v)

Een mooie zomerdag in juni in het pittoreske Huisduinen. In de voorgaande weken is de Helderse Grafelijkheidsduinen enkele keren geteisterd door duinbranden, veelal klein van omvang. Vandaag is het weer raak. De brandweer moet uitrukken. De rookpluimen zijn van ver zichtbaar. Deze keer betreft het geen duinbrand, maar komen de vlammen uit de officiersmess met logement, het rijksmonument dat ten tijde van de Tweede Wereldoorlog is gebouwd door het Duitse Rijk om vertier en logeergelegenheid te bieden aan Duitse officieren.

Het gebouw, tot voor kort eigendom van de gemeente Den Helder, is na de oorlog gebruikt door onder andere Defensie en een lokaal radiostation, maar heeft sinds 1993 geen functie meer gehuisvest. Verval en vernieling is onvermijdelijk. Leegstand is daar vatbaar voor. Dichtgetimmerde ramen en deuren versperden niet langer de toegang tot het gebouw toen vandalen in 2009 met succes het ‘Casino’ (zoals het in de volksmond heet) in vuur en vlam zetten.

(bron afbeelding: Rijksmonumenten)

Nu, bijna vijf jaar later, ligt het gebouw er nog altijd verloren bij. Wanden zijn besmeurd met graffiti, vloeren liggen bezaaid met afval (kapotgetrapte blikjes, een schrijfbureau, bouwhekken, etc.), losgekomen wandafwerking en een flinke laag vogelpoep in het logementsgedeelte en onkruid en diverse grassoorten gedijen er goed.

De Huisduiner Ontwikkel Maatschappij heeft op het vm. OS&O een ontwikkeling voor ogen waarbij  ‘vrolijk en ordeloos’ woningen worden gerealiseerd (bron: NHD). De woningen waarin het plan voorziet passen bij de uitstraling van het dorp. Er is, onder andere vanuit Huisduinen, al grote belangstelling voor de nieuwbouwwoningen (bron: Dichtbij). De rijksmonumentale gebouwen, naast de uitgebrande officiersmess met logement bestaat het ensemble uit een poortgebouw met twee poortwachtershuisjes en een grote loods, worden gerestaureerd

rendering casino(bron afbeelding: adviesbureau C5)

Als opdracht voor het afstuderen ben ik bezig een adviesrapport op te stellen dat gestoeld is op een haalbaarheidsonderzoek voor herbestemming van de officiersmess met logement en het poortgebouw op het vm. OS&O-terrein. In dat kader ben ik op zoek gegaan naar een geschikte herbestemming voor de rijksmonumentale gebouwen. Op verschillende Den Helder-gerelateerde Facebookpagina’s is het ‘probleemgebouw’ voorbijgekomen. Er werd hardop gedacht, creatieve ideeën werden tentoongespreid en gal werd gespuwd. Velen hebben hun (vaak ongefundeerde) mening geuit. Interessant om eens door te nemen, maar bruikbaar voor de scriptie bleek het niet.

Het doen van een haalbaarheidsonderzoek voor herbestemming bestaat in theorie uit vier onderdelen: een inventarisatie van gebouw en locatie, een ruimtelijk planologische verkenning, een programmatische verkenning en een verkenning van de (technische, economische en commerciële) haalbaarheid. Inmiddels zijn alle stappen van het haalbaarheidsonderzoek doorlopen en is het concept van het adviesrapport ingeleverd. Nu op naar de definitieve versie, het presenteren en verdedigen van mijn adviezen. Op naar de ing.-titel. Op naar Groningen.