Rijtjeshuis. Eigenheid door niet in een vorm gegoten te zijn.

Je kunt je voordeur een andere kleur geven, maar je woning zal in beginsel gelijkwaardig zijn aan die van de buurman. Uiterst traditioneel met een (voor- en) achtertuin, veelal afgeschermd met een tuinhek. Nederland is haast ondenkbaar zonder rijtjeshuizen, aangezien meer dan de helft van alle woningen in Nederland een rijtjeshuis betreft (Hulsman & Kramer 2014). Dit essay zal gaan over het vraagstuk of het neutrale rijtjeshuis elke vorm van identiteit mist of dat dit juist een ideaal startpunt is voor het creëren van eigenheid.

Tegenover de negatieve benadering, met het ontbreken van identiteit, staat het positieve deel van de stelling die suggereert dat in potentie het neutrale rijtjeshuis wellicht een mooi begin is om eigenheid te creëren. In het artikel Niet te mooi of te perfect (Kraa, 2014), een beschouwing van het boek Kleine filosofie van het rijtjeshuis van Pieter Hoexum (2014), is beschreven dat er voor het neutrale rijtjeshuis voldoende kansen zijn. Het opleveren van halffabricaten zou volgens Hoexum een voorbeeld kunnen zijn om ruimte te laten voor het geven van eigenheid aan het neutrale rijtjeshuis. Een trend lijkt in gang gezet, ziet ook Wiegelmann (2012, pp. 9):

after decades of total standardization, a gradual change is occurring. Many
recently built terraces housing developments no longer offer buyers a
completely finished product, but instead define a more or less neutral
framework within which residents can develop as they wish
.

Wat is nou die eigenheid en waarom willen we dat, of willen we dat juist niet? Hoe verhoudt zich tevredenheid met de woning ten opzichte van de geneigdheid om te verhuizen? Dit zijn enkele vragen die opkomen als je over het onderwerp nadenkt en die in dit essay worden behandeld.

Grondgebonden rijwoningen
In Nederland zijn met 71% verhoudingsgewijs de meeste woningen grondgebonden (BPD, 2014). Grondgebonden woningen zijn gedefinieerd als woningen die, vrijstaand of aaneengeschakeld, uitsluitend naast elkaar en niet boven elkaar gelegen zijn en die qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kunnen worden beschouwd (BRO, 2015). Van alle woningen in Nederland, ruim 7 miljoen, is ongeveer 57% een rijtjeshuis, goed voor de huisvesting van zo’n tien miljoen Nederlanders (Hulsman et al, 2014). Een rijtjeshuis wordt aan de twee zijkanten ingesloten. Jarenlang veelal door een evenbeeld, de gestandaardiseerde woningen, maar daar komt verandering in (Wiegelmann, 2012). In verschillende opzichten is een rijtjeshuis het ideale grondgebonden woningtype: “terraced houses utilize the entire land area extremely efficiently. They can be built on very small plots, which saves money” (Stamm-Teske & Uhlig, 2012, pp.15).

Eigen twist aan neutraliteit
Gemeten in identiteit staat het neutrale rijtjeshuis recht tegenover de ‘grand designs’, de architectonische hoogstandjes met veel uitstraling en daarmee hun eigenheid van zichzelf al hebben. Hiervoor is een spectrum op te stellen waarbij identiteit centraal staat, zie figuur 1. Links, met minimale identiteit, de neutrale rijwoning, tegenover rechts, met maximale identiteit, de ‘grand designs’. Naarmate de rijtjeshuisbewoner meer eigenheid in de woning kan brengen krijgt de woning meer identiteit en zal het zich verplaatsen op het spectrum.

Figuur 1. Identiteitsspectrum grondgebonden woningen

Hoe ver een individu zich wenst te verplaatsen op het spectrum is subjectief en afhankelijk van persoonlijke kenmerken. Het belangrijkste is dat een individu zich kan vereenzelvigen met de woning (Hoexum, 2014). In zijn boek pleit Hoexum voor het opleveren van halffabricaten. Eigenheid kan worden gemaakt, maar niet door een architect of designer is zijn stelling. Zij zouden zich moeten richten op het huis, terwijl de bewoner zich richt op het thuis. “Een thuis maken van je huis is een doe-het-zelfproduct”  (Hoexum, 2014, pp.125).

John Habraken pleit al langer voor ‘open woningbouw’ in plaats van ‘volmaakte woningbouw’. Woningen zouden casco moeten worden opgeleverd en de plattegrond zou zo vaag mogelijk moeten blijven, zodat deze kan worden ingevuld naar de wensen van de bewoner (Nascimento & Habraken, 2012). De woning moet in de ogen van Habraken dan ook niet worden gezien als product of gefabriceerd object, maar eerder als fundamenteel menselijk proces (Kendall & Teicher, 2000).

Particulier opdrachtgeverschap (PO), al dan niet in collectief verband (CPO), is een ontwikkeling waarbij de gebruiker individuele woonwensen kan doorvoeren in het ontwerpproces. Almere is hier het bekendste voorbeeld van, maar ook in Delft is op een uitbreidingslocatie (Delft à la Carte) op basis van PO ontwikkeld, waarbij de gebruiker zelf zijn/haar rijtjeshuis mag ontwerpen en indelen (Dohle, 2015).

Woontevredenheid
De geneigdheid van een individu om te denken aan een verhuizing staat, volgens de theorie van Speare, onder invloed van de aantrekkingskracht tot andere individuen (social bonds), de specifieke woning (individual or household characteristics), zijn werk, een in de buurt gelegen organisatie of andere lokale bindingen (local characteristics), zie figuur 2. De sterkte van deze bindingen zorgen voor een bepaald tevredenheidsniveau. Hoe hoger dit tevredenheidsniveau, hoe lager de noodzaak om te denken aan een (eventuele) verhuizing (Speare, 1974). Wanneer een bepaalde drempelwaarde is bereikt, dan wel overschreden, zal het individu zoeken voor alternatieven en deze spiegelen aan zijn huidige locatie. Als er een alternatieve locatie is gevonden zal het individu ervoor kiezen te verhuizen. Hierin spelen ook objectieve factoren als woningmarkt, werkgelegenheid en verhuiskosten een rol. (Speare, Goldstein & Frey, 1975)

Figuur 2. Model for the First Stage of Mobility Decision-making (Speare, 1974)

Het is Landale & Guest (1985) opgevallen dat Speare in zijn theorie beweerde dat “factors such as age, income, and duration of residence should not directly affect the decision to consider moving” (Speare, 1974, pp. 176). Echter stellen Landale & Guest (1985) dat variabelen als tijd, geld en kennis van mogelijkheden wel bijdragen aan de woontevredenheid van het individu. Zo daalt bijvoorbeeld de geneigdheid om te verhuizen naarmate het individu ouder wordt, terwijl de woontevredenheid evengoed op een gelijk niveau kan zijn. Landale stelt dat het geloofwaardig is dat ouderen minder snel verhuizen dan jongeren, zonder dat woontevredenheid daarbij een rol hoeft te spelen.

Binnen de theorie van Speare (1974) en Landale & Guest (1985) speelt de tevredenheid over de woning een rol in de verhuisgeneigdheid. Uit onderzoek van WoON (Ministerie van Binnenlandse Zaken, 2013), uitgezet in figuur 3, waarbij onder andere gevraagd is naar de verhuisgeneigdheid van Nederlanders, is gebleken dat tevredenheid met de woning de grootste drijfveer is om niet te verhuizen. Gevolgd door de tevredenheid en gebondenheid met de woonomgeving.

Figuur 3. Percentage huishoudens dat niet wil verhuizen en opgegeven redenen, 2009-2012 (Ministerie van Binnenlandse Zaken, 2013)

De woontevredenheid is een belangrijke component voor het individuele welzijn. Een mismatch in woninggrootte (woning groter dan gewenst of woning kleiner dan gewenst) heeft geen invloed op de woontevredenheid. Er is aangetoond dat woontevredenheid eerder wordt voorspeld door persoonlijke kenmerken en woningaspecten (Jansen, 2014). Dit sluit aan op het idee dat het individu zich moet kunnen vereenzelvigen met de woonomgeving en de woning (Hoexum, 2014).

Conclusie en discussie
Het rijtjeshuis is in Nederland het meest voorkomende woningtype en zal naar alle waarschijnlijkheid niet snel uit het straatbeeld verdwijnen. Toch is er wel een verandering op gang gebracht binnen de realisatie van het rijtjeshuis. De tijd dat er gestandaardiseerde, volledig afgebouwde rijtjeshuizen werden gerealiseerd lijkt voorbij. In het opleveren van halffabricaten, waarbij de toekomstige bewoner meer inbreng heeft, ligt de toekomst van het rijtjeshuis. Deze inbreng gaat verder dan de kleur van de tegels in de badkamer en de kleur van de keukenkastjes. Als het aan Habraken ligt is de toekomstige bewoner in staat om zelf zijn woning in te delen door de plattegrond aan te passen.

De tevredenheid met de woning zal verder stijgen wanneer het individu meer eigenheid in de woning kan brengen. Een rijtjeshuis is niet in een vorm gegoten als een ‘grand design’, maar met eigen inbreng van de bewoner. De verhoogde tevredenheid met de woning heeft tot gevolg dat, gezien de theorie van Speare, het individu minder snel zal gaan denken aan een eventuele verhuizing.

Echter zou het voor het neutrale rijtjeshuis, met het oog op de toekomst, om de woning verkoopbaar te houden, wellicht niet beter zijn om niet te ver op het spectrum van figuur 1 te verschuiven, zodat het voor de volgende bewoner gemakkelijker is om zich met de woning te kunnen vereenzelvigen?

_____________________________________________
Na publicatie twitterde Pieter Hoexum het volgende. Een groot compliment.2015-06-19 14.15.25 _____________________________________________

Literatuurlijst (APA)

  • BPD (2014). Woningmarkten in perspectief 2014. Hoevelaken, Nederland: Bouwfonds Property Development
  • BRO (2015). Geijsteren. Geraadpleegd op 17 mei 2015, van http://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0984.BP11009-va01/r_NL.IMRO.0984.BP11009-va01_1.1.html#_1.37_Grondgebondenwoning
  • Dohle, T. (2015) Hiërarchie in planproces op de kop door (Collectief) Particulier Opdrachtgeverschap. Geraadpleegd op 31 mei 2015, van http://www.gebiedsontwikkeling.nu/artikel/130-hierarchie-in-planproces-op-de-kop-door-collectief-particulier-opdrachtgeverschap
  • Hoexum, P. (2014). Kleine filosofie van het rijtjeshuis. Amsterdam, Nederland: Uitgeverij Augustus.
  • Hulsman, B. & Kramer, L. (2014). Het Rijtjeshuis. Amsterdam, Nederland: Nieuw Amsterdam.
  • Jansen, S.J.T. (2014). The impact of the have-want discrepancy on residential satisfaction. Journal of Environmental Psychology, 40, 26-38
  • Kendall, S. & Teicher, J. (2000). Residential Open Building. Londen, Engeland: E & FN Spon.
  • Kraa, R. (2014, 15 november). Niet te mooi of te perfect. Sneinspetiele/Friesch Dagblad.
  • Landale N. S. & Guest A. M. (1985). Constraints, Satisfaction and Residential Mobility. Demography, 22(2), 199-222
  • Ministerie van Binnenlandse Zaken (2013), Wonen in ongewone tijden. Den Haag, Nederland: Ministerie van Binnenlandse Zaken.
  • Nascimento, D.M. & Habraken, N.J. (2012). N.J. Habraken explains the potential of the open building approach in architectural practice. Open House International, 37, 5-13
  • Speare A. (1974). Residential satisfaction as an intervening variable in residential mobility. Demography, 11(2), 173-188
  • Speare A., Goldstein S. & Frey W. (1975) Residential Mobility, Migration and Metropolitan Change. Cambridge, Engeland: Balliger Publishing Company
  • Stamm-Teske, W & Uhlig, L. (2012) Semi-Detached and Terraced Houses. Basel, Zwitserland: De Gruyter, 14-26
  • Wiegelmann, A. (2012) Semi-Detached and Terraced Houses. Basel, Zwitserland: De Gruyter, 9-13

Supply chain van de cacaoboon

Jaarlijks vindt er in de Haven van Amsterdam overslag plaats van circa 500.000 ton cacao. Een groot gedeelte daarvan wordt in de Zaanstreek verwerkt tot cacaopoeder. Nederland staat daarom bekend als één van de grootste cacaoverwerkers van de wereld. Nederland is daarnaast aanjager van eerlijke handel en productie van cacao middels het UTZ-Certificaat. Reden om deze cacaoverwerking eens onder de loep te nemen.

Met gebruik van data die is voortgekomen uit een opdracht voor Economische Geografie aan de Rijksuniversiteit Groningen is gekeken naar de supply chain van cacaobonen. In de data zijn producten te vinden waarin cacao verwerkt is en voor een aantal van deze eindproducten is reeds een supply chain opgesteld. Ondanks de data die beschikbaar is gemaakt zijn er enige aanpassingen noodzakelijk gebleken om een vollediger en correcter beeld te geven van de werkelijkheid. Zo is onjuiste data aangepast, irrelevante data weggelaten en de dataset aangevuld met correcte data.

De overzichtskaart met markers uit de vernieuwde dataset is te zien in onderstaand figuur. Hierbij dient vermeld te worden dat de supply chain is opgesteld met Nederland als uitgangspunt. Het is niet aannemelijk dat Nederland zorg draagt voor gehele de wereldproductie van eindproducten waarin cacao is verwerkt. Desalniettemin zijn er op de figuren enkele opvallende patronen te zien.

2. Ligging cacaoproductie tov EvenaarOpvallend is dat de productie van cacaobonen geconcentreerd plaatsvindt ongeveer ter hoogte van waar de evenaar zich bevindt (zie figuur). Dit is te verklaren door de stand van de zon en de daarbij behorende hoge zonne-energie op deze productielocaties. Blijkbaar zijn voor de productie van cacao op deze locaties de klimatologische omstandigheden ideaal: door de aanwezigheid van exogene factoren heeft specialisatie van cacaoproductie plaatsgevonden.

In de Haven van Amsterdam vindt ’s werelds grootste overslag van cacao plaats. In de directe nabijheid van de Haven, in de Zaanstreek en Amsterdam, vindt verwerking plaats van de cacao tot cacaopoeder. De ligging van de cacaoverwerkers ten opzichte van de Haven is te verklaren door het gewichtsverlies dat tijdens het productieproces optreedt. De theorie van A. Weber stelt dat wanneer tijdens het productieproces gewichtsverlies optreedt, de verwerkingsplaats zich nabij de vindplaats van de grondstof (in deze: Haven van Amsterdam) zal vestigen om de ton-miles te verkleinen.

De productielocaties van de cacao-bevattende eindproducten worden voorzien van cacaopoeder die bij de verwerkers is geproduceerd. De ligging van deze productielocaties is onder andere te verklaren doordat de bedrijven daar ooit zijn gesticht (vb. Milka) of door bedrijfsovernames (vb. De Ruijter valt nu onder Heinz B.V. te Zeist, terwijl van origine uit Baarn), maar bovenal liggen zij dicht bij de markt (zoals gesteld: Nederland). Dicht bij de markt omdat er geen gewichtsverlies optreedt bij productie. Bovendien hebben de eindproducten een houdbaarheidsdatum, dus het is van belang dat deze vanuit de productielocatie snel op de markt worden aangeboden.

Moederbedrijven van voedselconcerns zijn vrijwel allen gevestigd in de Verenigde Staten. Deze multinationals hebben hoofdkantoren en productielocaties over de hele wereld en zijn volgens L. Håkanson derhalve multinationale industriële ondernemingen.


Bovenstaand artikel is de uitwerking van een opdracht voor Economische Geografie 1, Rijksuniversiteit Groningen.

The colorful, future-proof city.

Het is een jaar of drie geleden dat ik iets anders hoorde over Rio de Janeiro dan alleen de wereldberoemde carnaval of de Copacabana en ik niet gelijk dacht aan het ‘oorwurm‘-liedje uit de reclame van een niet nader te noemen verzekeringsmaatschappij. Nee, ik bekeek – school- en interessegerelateerd – een TEDtalk van Eduardo Paes, de burgemeester van Rio de Janeiro. In zijn voordracht vertelde hij over de stad van de toekomst, met vier basisregels als uitgangspunt. Nu kwam er niet gelijk een gevoel naar boven dat zegt dat Rio de stad van de toekomst is, maar zijn TEDtalk heeft mijn interesse in Rio de Janeiro gewekt.

De vier basisregels van Paes, 1) milieuvriendelijkheid/groendenken, 2) hoge capaciteitsvervoer, 3) gebruik van technologie en 4) sociale integratie, zullen ertoe moeten leiden dat de stad toekomstbestendig is. Met enkele praktijkvoorbeelden legt Paes uit hoe Rio de Janeiro aan de weg timmert door in te spelen op deze vier basisregels. Ruimte maken voor groenvoorzieningen (zie afbeelding), aanleg van busbanen door de hele stad, het realtime in kaart kunnen brengen van verkeersstromen en velerlei andere voorbeelden die toekomen aan het gestelde doel: een volledig geürbaniseerde stad in 2020. Door het binnenhalen van de Olympische Spelen 2016 van Rio en – in mindere mate – het Wereldkampioenschap Voetbal 2014 van Brazilië is de druk om die doelstelling te halen enigszins opgevoerd.

rio stadspark(bron afbeelding: TEDtalk Eduardo Paes, 2012)

Op het gebied van sociale integratie, één van de basisregels van Paes, hebben twee Nederlandse vrienden het initiatief genomen om van de grauwe favela’s een kleurrijk geheel te maken. Jeroen Koolhaas en Dre Urhahn, beiden afkomstig uit de kunstwereld, hebben op het wetenschappelijk georiënteerde podium van TED onder het pseudoniem Haas&Hahn hun verhaal mogen doen over hun project Favela Painting. Door de sloppenwijkbewoners te betrekken bij het kunstproject is het mogelijk om complete wijken van een stuclaag en kleurrijke lik verf te voorzien. Het project is afhankelijk van donaties om de benodigdheden te kunnen bekostigen en de – veelal lokale – werknemers te kunnen inhuren.

76105-d0153137172b4cfdbcbd60f52c07efa0(bron afbeelding: Favela Painting, 2014)
kite(bron afbeelding: Favela Painting, 2014)

Door de mensen samen te brengen door bijvoorbeeld barbecues te organiseren en hen in een vroegtijdig stadium bij het project te betrekken krijgen de kunstenaars veel voor elkaar. In tien jaar heeft het zich als een virus door Rio de Janeiro verspreid en ook andere steden (waaronder Philadelphia) zijn door het concept aangestoken.

De vrolijke aanblik van het rijke kleurenpalet werkt enthousiasmerend en ook de benadering van de initiatiefnemers valt te bewonderen. Of de doelstelling van een volledig geürbaniseerd Rio in 2020 gehaald wordt valt nog te bezien, maar ze kunnen een eind komen met de vier basisregels van de burgervader in ogenschouw nemend. Initiatieven zoals de Favela Painting Project helpen daar in ieder geval enigszins bij.

Drietje

Zware kilometers
De tweede honderd kilometer, verdeeld over de laatste twee dagen van de Nijmeegse Vierdaagse, leidde door onder andere Groesbeek (donderdag) en Cuijk (vrijdag), afgesloten met de laatste meters over de ‘Via Gladiola’. Het feestgedruis (de kippenvelmomenten van de Vierdaagse) zorgde ervoor dat ik het gevoel kreeg op handen te worden gedragen en het heeft me er op sommige momenten zeker doorheen geholpen. Niet eens de grote hoeveelheid blaren, maar de (knie)klachten naar aanleiding van overbelasting, de vermoeidheid en het warme weer zorgden ervoor dat ik de laatste twee dagen wat later ben gefinisht dan de dagen ervoor. Ik heb enkele zware kilometers ervaren. Vooral vlak na het nemen van een pauze, ongeacht de duur van de pauze, duurde het even voordat het ritme er weer was. Zelfs een halve minuut stilstaan zorgde voor hevige pijn in de rechterknie. Smeren, warm wrijven en doorlopen op karakter. ‘Er zijn altijd mensen die het zwaarder hebben dan jij’ was de gedachte. En gelukkig liep je vervolgens het feestgedruis weer in of had je een spontaan gesprek met een journaliste, uitvaartverzorger of eigenaar van een hondentrimsalon en ben je zo weer een aantal kilometers verder.

Versoberde intocht
Vanwege de vliegramp heeft de organisatie van de Vierdaagse besloten een versoberde intocht te houden. Muziek op stil, vlaggen halfstok, geen fanfare en afsluitende danspasjes op de Wedren uit respect voor hen die zijn omgekomen. Natuurlijk is het jammer dat een fantastische week zo wordt afgesloten, maar vanuit het wandelend publiek was er waardering voor die beslissing.

Uniek
Wie had dat gedacht: minder dan 100 kilometer geoefend, na twee dagen al elf blaren, in drie nachten minder geslapen dan ik op één dag loop, maar wel ruim twaalfduizend calorieën verbrand, tweehonderd kilometer afgelegd en daarmee de Nijmeegse Vierdaagse uitgelopen. Het maakt me toch enigszins trots. Trots op het ‘drietje’ dat ik op het Vierdaagsekruis met kroontje mag spelden. Na eerder tweemaal de ’40’ uitgelopen te hebben was dit de eerste keer de ’50’. Het is een fantastische week geweest. Vooral het respect, de steun en enthousiasme van jullie, de vele toeschouwers langs de kant van de weg  en de duizenden medewandelaars is iets unieks en heeft geholpen de eindstreep te behalen. Bedankt aan iedereen die daaraan heeft bijgedragen. Tijd om van een welverdiende rust te genieten.

Roze Woensdag

De tweede dag van de Nijmeegse Vierdaagse, de dag van Wijchen, is psychologisch misschien wel de zwaarste van de vier wandeldagen. De eerste dag is alles weer nieuw en begint het genieten, de derde dag leidt de route de wandelaars over de, in mijn ogen overschatte, Zevenheuvelen en op de vierde dag ‘ben je er al bijna’. Voor de tweede dag rest niets dan afzien. Het leren leven met de eerste blaren, spierpijn en het vroege tijdstip van opstaan. Naast het psychologische aspect is dit, met alle respect voor alle publiek in onder andere Wijchen en Beuningen, misschien wel de meest saaie dag en bevat de route heel veel smalle wegen, bospaden en een lange dijk, waardoor het wandeltempo moet worden aangepast. Het niet kunnen lopen van het eigen tempo is funest, het werkt als katalysator voor de pijntjes heb ik vandaag ervaren. Het waren soms zware kilometers.

Na gister op de eerste dag meteen de eerste zes blaren te hebben geteld, zijn het er nu, zonder dat ik daarvan veel hinder ondervond, elf. Veel meer zullen het er niet worden, want meer ruimte is er niet op de voeten en tenen. Naast de gelopen blaren is ook spierpijn in de knieën een kwaal waar veel wandelaars last van hebben. Een likje warmtezalf, hier en daar een pijnstiller en vooral een flinke dosis positiviteit helpen je er wel doorheen.

Ondanks eerdere ervaringen die ik met de Nijmeegse Vierdaagse had (7, 8, en 9 jaar geleden, red.) wist ik niet meer van het bestaan van Roze Woensdag. Ik had mij derhalve niet geheel aan de dresscode gehouden. Een groot deel van de wandelaars had dit wel opgepikt en hier iets leuks mee gedaan. Naast het dragen van roze kledij kwam de Roze Woensdag pas echt tot uiting toen de laatste kilometers waren aangebroken. Het publiek in Nijmegen maakte er een onwijs (roze) feest van. Als ik de laatste kilometers nogmaals had mogen lopen had ik het zeker gedaan, ondanks de pijntjes.

PR

Het was zover. Na een maandenlange voorbereiding (met veel te weinig kilometers in de benen) ging vanmorgen, of eigenlijk vannacht, de Nijmeegse Vierdaagse van start. Met een eveneens verre van optimale nachtrust achter de rug, ruw verstoord door het vuurwerk vanaf de Waalkade waarmee de Vierdaagse werd ingeluid, fietste ik vol goede moed naar de Wedren, de vaste start-/finishlocatie. Om 04:14 uur werd de polsband voor het eerst gescand, wat betekende dat de eerste wandeldag kon aanvangen. Traditiegetrouw gaat dit onder het toeziend oog van de honderden studenten/feestgangers die hun stapavond afsluiten met het uitzwaaien van de wandelaars. Voor wat er nog van zwaaien terechtkomt. De meest vreemde, maar lachwekkende situaties doen zich daar voor. Zo werd onder andere midden op de rotonde gebarbecued en konden de lopers door verschillende ‘poortjes’ lopen onder luid gejuich van de ietwat overmatig beschonken feestvierders. 

Naarmate de dag vordert zie je dat in elk dorp dat wordt gepasseerd de wandelaars enthousiast worden verwelkomt. Het is alsof alle dorpsbewoners hun werkzaamheden hebben neergelegd en zijn afgekomen op het grootste wandelevenement van Nederland; wát een feest! De ene stereo staat nog harder dan de ander, de plaatselijke muziekkorpsen zijn massaal opgetrommeld en ook de ouderen uit verplegingshuizen zijn netjes op een rijtje opgesteld. Het meest schattig vind ik overigens de kinderen langs de kant van de weg: vragend om een high-five, met open mond kijkend naar langskomende politie of militaire groepen of met een bakje met stukjes fruit, snoepwerk of ontbijtkoek voor de wandelaars. Als parodie daarop kreeg ik vandaag iets bijzonders aangeboden. In plaats van een zuurtje, komkommer of dropje werd mij door een meneer een shotje Bacardi aangereikt. Beleefd als ik ben hebben we daarop geproost. Het was immers al 10:00 uur en de wandeling had mij al tot Elst gebracht.

Primeur van dit jaar, voor mij tenminste, was het bezoek aan Huissen. Ik heb me laten vertellen dat het er niet gewaardeerd wordt als dat verkeerd wordt uitgesproken. Hûsen dus. Verder weinig de moeite waard, maar er moest nou eenmaal een lus van 10 kilometer extra worden gemaakt ten opzichte van de 40 kilometerroute. In Elst, Valburg en Oosterhout was het feest er niet minder om. Na de oversteek naar Lent over de beruchte dijk (denk terug aan de afgelaste 90e editie in 2006) stapte ik om even voor 14:00 uur de Wedren weer op. Mijn PR was bereikt. Nog nooit eerder heb ik de 50 kilometer wandelend afgelegd. Ik kwam tot 52,64 kilometer vandaag; mijn week kan niet meer stuk.

Blarenpleister

Hoewel de Nijmeegse Vierdaagse, zoals de naam al doet vermoeden, vier dagen duurt en pas op dinsdag begint maak ik er een wandelkampeervakantie van acht dagen van. Enigszins gedwongen door het werkrooster van de ouders en de reglementen van de slaapplaats toog ik op zaterdagavond richting de Vierdaagsecamping in Lent. Na eerdere ervaringen met de Vierdaagsecamping, 7, 8 en 9 jaar geleden, was het even wennen om op de nieuwe locatie, op een steenworp afstand van de oude, te arriveren. Groter, opener, maar ook zeker professioneler.

Mijn kleine Quechua-tentje trots tussen de grote caravans in gezet op plaatsnummer 284, waarop meer ruimte is dan we met de hele wandelgroep nodig hadden tijdens de strand6daagse. Na een vluchtige inrichting van de tent en het opblazen van het luchtbed was het tijd om met de taxichauffeuse van dienst wat te drinken op het horecaplein van de camping, alvorens zij weer zou vertrekken in noordwestelijke richting. Het bleek een goede kennismaking. Op het horecaplein kan ik de komende week genieten van smakelijke maaltijden en mensen ontmoeten. Eenmaal terug bij de tent bleek dat de eerste tegenslag van de week zich al had aangediend. Zoals bij nagenoeg èlke keer dat ik gebruik dreig te maken van een luchtbed, of het nu de Strand6daagse, de introweek of de Vierdaagse is, verliest het zijn lucht haast sneller dan dat het erin wordt gepompt. Uitzonderingen daargelaten.

Er is een keer geweest dat ik een luchtbed, dat het toch echt al even met me volhield, had uitgeleend. Voor diegene een prima slaapplek gebleken. Toen ik er de volgende keer gebruik van wenste te maken had ik het ventiel niet meer. Geen lucht erin = geen lucht eruit, maar op dat moment dus ook geen gebruik van kunnen maken.

Het huidige probleem had ik al snel gevonden. De plakker die ik vorig jaar op een gaatje had geplakt (dat heeft vorig jaar toch echt goed geholpen) bleek de druk niet aan te kunnen en tweezijdig lucht door te laten. Aandrukken en warm wrijven was slechts een oplossing van tijdelijke aard en niet afdoende om het op dit luchtbed een nacht vol te houden. Helaas geen nieuwe plakkers bij de hand om het probleem af te wenden. Zou een pleister helpen? Of wacht, een blarenpleister! Al snel was de eerste blarenpleister, bedoeld voor de nauwelijks getrainde voeten die het deze week zwaar te voorduren krijgen, geplakt: een tweede huidje voor het luchtbed.