Rijtjeshuis. Eigenheid door niet in een vorm gegoten te zijn.

Je kunt je voordeur een andere kleur geven, maar je woning zal in beginsel gelijkwaardig zijn aan die van de buurman. Uiterst traditioneel met een (voor- en) achtertuin, veelal afgeschermd met een tuinhek. Nederland is haast ondenkbaar zonder rijtjeshuizen, aangezien meer dan de helft van alle woningen in Nederland een rijtjeshuis betreft (Hulsman & Kramer 2014). Dit essay zal gaan over het vraagstuk of het neutrale rijtjeshuis elke vorm van identiteit mist of dat dit juist een ideaal startpunt is voor het creëren van eigenheid.

Tegenover de negatieve benadering, met het ontbreken van identiteit, staat het positieve deel van de stelling die suggereert dat in potentie het neutrale rijtjeshuis wellicht een mooi begin is om eigenheid te creëren. In het artikel Niet te mooi of te perfect (Kraa, 2014), een beschouwing van het boek Kleine filosofie van het rijtjeshuis van Pieter Hoexum (2014), is beschreven dat er voor het neutrale rijtjeshuis voldoende kansen zijn. Het opleveren van halffabricaten zou volgens Hoexum een voorbeeld kunnen zijn om ruimte te laten voor het geven van eigenheid aan het neutrale rijtjeshuis. Een trend lijkt in gang gezet, ziet ook Wiegelmann (2012, pp. 9):

after decades of total standardization, a gradual change is occurring. Many
recently built terraces housing developments no longer offer buyers a
completely finished product, but instead define a more or less neutral
framework within which residents can develop as they wish
.

Wat is nou die eigenheid en waarom willen we dat, of willen we dat juist niet? Hoe verhoudt zich tevredenheid met de woning ten opzichte van de geneigdheid om te verhuizen? Dit zijn enkele vragen die opkomen als je over het onderwerp nadenkt en die in dit essay worden behandeld.

Grondgebonden rijwoningen
In Nederland zijn met 71% verhoudingsgewijs de meeste woningen grondgebonden (BPD, 2014). Grondgebonden woningen zijn gedefinieerd als woningen die, vrijstaand of aaneengeschakeld, uitsluitend naast elkaar en niet boven elkaar gelegen zijn en die qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kunnen worden beschouwd (BRO, 2015). Van alle woningen in Nederland, ruim 7 miljoen, is ongeveer 57% een rijtjeshuis, goed voor de huisvesting van zo’n tien miljoen Nederlanders (Hulsman et al, 2014). Een rijtjeshuis wordt aan de twee zijkanten ingesloten. Jarenlang veelal door een evenbeeld, de gestandaardiseerde woningen, maar daar komt verandering in (Wiegelmann, 2012). In verschillende opzichten is een rijtjeshuis het ideale grondgebonden woningtype: “terraced houses utilize the entire land area extremely efficiently. They can be built on very small plots, which saves money” (Stamm-Teske & Uhlig, 2012, pp.15).

Eigen twist aan neutraliteit
Gemeten in identiteit staat het neutrale rijtjeshuis recht tegenover de ‘grand designs’, de architectonische hoogstandjes met veel uitstraling en daarmee hun eigenheid van zichzelf al hebben. Hiervoor is een spectrum op te stellen waarbij identiteit centraal staat, zie figuur 1. Links, met minimale identiteit, de neutrale rijwoning, tegenover rechts, met maximale identiteit, de ‘grand designs’. Naarmate de rijtjeshuisbewoner meer eigenheid in de woning kan brengen krijgt de woning meer identiteit en zal het zich verplaatsen op het spectrum.

Figuur 1. Identiteitsspectrum grondgebonden woningen

Hoe ver een individu zich wenst te verplaatsen op het spectrum is subjectief en afhankelijk van persoonlijke kenmerken. Het belangrijkste is dat een individu zich kan vereenzelvigen met de woning (Hoexum, 2014). In zijn boek pleit Hoexum voor het opleveren van halffabricaten. Eigenheid kan worden gemaakt, maar niet door een architect of designer is zijn stelling. Zij zouden zich moeten richten op het huis, terwijl de bewoner zich richt op het thuis. “Een thuis maken van je huis is een doe-het-zelfproduct”  (Hoexum, 2014, pp.125).

John Habraken pleit al langer voor ‘open woningbouw’ in plaats van ‘volmaakte woningbouw’. Woningen zouden casco moeten worden opgeleverd en de plattegrond zou zo vaag mogelijk moeten blijven, zodat deze kan worden ingevuld naar de wensen van de bewoner (Nascimento & Habraken, 2012). De woning moet in de ogen van Habraken dan ook niet worden gezien als product of gefabriceerd object, maar eerder als fundamenteel menselijk proces (Kendall & Teicher, 2000).

Particulier opdrachtgeverschap (PO), al dan niet in collectief verband (CPO), is een ontwikkeling waarbij de gebruiker individuele woonwensen kan doorvoeren in het ontwerpproces. Almere is hier het bekendste voorbeeld van, maar ook in Delft is op een uitbreidingslocatie (Delft à la Carte) op basis van PO ontwikkeld, waarbij de gebruiker zelf zijn/haar rijtjeshuis mag ontwerpen en indelen (Dohle, 2015).

Woontevredenheid
De geneigdheid van een individu om te denken aan een verhuizing staat, volgens de theorie van Speare, onder invloed van de aantrekkingskracht tot andere individuen (social bonds), de specifieke woning (individual or household characteristics), zijn werk, een in de buurt gelegen organisatie of andere lokale bindingen (local characteristics), zie figuur 2. De sterkte van deze bindingen zorgen voor een bepaald tevredenheidsniveau. Hoe hoger dit tevredenheidsniveau, hoe lager de noodzaak om te denken aan een (eventuele) verhuizing (Speare, 1974). Wanneer een bepaalde drempelwaarde is bereikt, dan wel overschreden, zal het individu zoeken voor alternatieven en deze spiegelen aan zijn huidige locatie. Als er een alternatieve locatie is gevonden zal het individu ervoor kiezen te verhuizen. Hierin spelen ook objectieve factoren als woningmarkt, werkgelegenheid en verhuiskosten een rol. (Speare, Goldstein & Frey, 1975)

Figuur 2. Model for the First Stage of Mobility Decision-making (Speare, 1974)

Het is Landale & Guest (1985) opgevallen dat Speare in zijn theorie beweerde dat “factors such as age, income, and duration of residence should not directly affect the decision to consider moving” (Speare, 1974, pp. 176). Echter stellen Landale & Guest (1985) dat variabelen als tijd, geld en kennis van mogelijkheden wel bijdragen aan de woontevredenheid van het individu. Zo daalt bijvoorbeeld de geneigdheid om te verhuizen naarmate het individu ouder wordt, terwijl de woontevredenheid evengoed op een gelijk niveau kan zijn. Landale stelt dat het geloofwaardig is dat ouderen minder snel verhuizen dan jongeren, zonder dat woontevredenheid daarbij een rol hoeft te spelen.

Binnen de theorie van Speare (1974) en Landale & Guest (1985) speelt de tevredenheid over de woning een rol in de verhuisgeneigdheid. Uit onderzoek van WoON (Ministerie van Binnenlandse Zaken, 2013), uitgezet in figuur 3, waarbij onder andere gevraagd is naar de verhuisgeneigdheid van Nederlanders, is gebleken dat tevredenheid met de woning de grootste drijfveer is om niet te verhuizen. Gevolgd door de tevredenheid en gebondenheid met de woonomgeving.

Figuur 3. Percentage huishoudens dat niet wil verhuizen en opgegeven redenen, 2009-2012 (Ministerie van Binnenlandse Zaken, 2013)

De woontevredenheid is een belangrijke component voor het individuele welzijn. Een mismatch in woninggrootte (woning groter dan gewenst of woning kleiner dan gewenst) heeft geen invloed op de woontevredenheid. Er is aangetoond dat woontevredenheid eerder wordt voorspeld door persoonlijke kenmerken en woningaspecten (Jansen, 2014). Dit sluit aan op het idee dat het individu zich moet kunnen vereenzelvigen met de woonomgeving en de woning (Hoexum, 2014).

Conclusie en discussie
Het rijtjeshuis is in Nederland het meest voorkomende woningtype en zal naar alle waarschijnlijkheid niet snel uit het straatbeeld verdwijnen. Toch is er wel een verandering op gang gebracht binnen de realisatie van het rijtjeshuis. De tijd dat er gestandaardiseerde, volledig afgebouwde rijtjeshuizen werden gerealiseerd lijkt voorbij. In het opleveren van halffabricaten, waarbij de toekomstige bewoner meer inbreng heeft, ligt de toekomst van het rijtjeshuis. Deze inbreng gaat verder dan de kleur van de tegels in de badkamer en de kleur van de keukenkastjes. Als het aan Habraken ligt is de toekomstige bewoner in staat om zelf zijn woning in te delen door de plattegrond aan te passen.

De tevredenheid met de woning zal verder stijgen wanneer het individu meer eigenheid in de woning kan brengen. Een rijtjeshuis is niet in een vorm gegoten als een ‘grand design’, maar met eigen inbreng van de bewoner. De verhoogde tevredenheid met de woning heeft tot gevolg dat, gezien de theorie van Speare, het individu minder snel zal gaan denken aan een eventuele verhuizing.

Echter zou het voor het neutrale rijtjeshuis, met het oog op de toekomst, om de woning verkoopbaar te houden, wellicht niet beter zijn om niet te ver op het spectrum van figuur 1 te verschuiven, zodat het voor de volgende bewoner gemakkelijker is om zich met de woning te kunnen vereenzelvigen?

_____________________________________________
Na publicatie twitterde Pieter Hoexum het volgende. Een groot compliment.2015-06-19 14.15.25 _____________________________________________

Literatuurlijst (APA)

  • BPD (2014). Woningmarkten in perspectief 2014. Hoevelaken, Nederland: Bouwfonds Property Development
  • BRO (2015). Geijsteren. Geraadpleegd op 17 mei 2015, van http://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0984.BP11009-va01/r_NL.IMRO.0984.BP11009-va01_1.1.html#_1.37_Grondgebondenwoning
  • Dohle, T. (2015) Hiërarchie in planproces op de kop door (Collectief) Particulier Opdrachtgeverschap. Geraadpleegd op 31 mei 2015, van http://www.gebiedsontwikkeling.nu/artikel/130-hierarchie-in-planproces-op-de-kop-door-collectief-particulier-opdrachtgeverschap
  • Hoexum, P. (2014). Kleine filosofie van het rijtjeshuis. Amsterdam, Nederland: Uitgeverij Augustus.
  • Hulsman, B. & Kramer, L. (2014). Het Rijtjeshuis. Amsterdam, Nederland: Nieuw Amsterdam.
  • Jansen, S.J.T. (2014). The impact of the have-want discrepancy on residential satisfaction. Journal of Environmental Psychology, 40, 26-38
  • Kendall, S. & Teicher, J. (2000). Residential Open Building. Londen, Engeland: E & FN Spon.
  • Kraa, R. (2014, 15 november). Niet te mooi of te perfect. Sneinspetiele/Friesch Dagblad.
  • Landale N. S. & Guest A. M. (1985). Constraints, Satisfaction and Residential Mobility. Demography, 22(2), 199-222
  • Ministerie van Binnenlandse Zaken (2013), Wonen in ongewone tijden. Den Haag, Nederland: Ministerie van Binnenlandse Zaken.
  • Nascimento, D.M. & Habraken, N.J. (2012). N.J. Habraken explains the potential of the open building approach in architectural practice. Open House International, 37, 5-13
  • Speare A. (1974). Residential satisfaction as an intervening variable in residential mobility. Demography, 11(2), 173-188
  • Speare A., Goldstein S. & Frey W. (1975) Residential Mobility, Migration and Metropolitan Change. Cambridge, Engeland: Balliger Publishing Company
  • Stamm-Teske, W & Uhlig, L. (2012) Semi-Detached and Terraced Houses. Basel, Zwitserland: De Gruyter, 14-26
  • Wiegelmann, A. (2012) Semi-Detached and Terraced Houses. Basel, Zwitserland: De Gruyter, 9-13

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s